GroenLinks trok bij het stadsbestuur aan de bel over een opvallende ontwikkeling in Charlois: steeds meer karakteristieke hoekpanden — ooit plekken van reuring zoals cafés of speciaalzaken — worden verbouwd tot woningen. Volgens de partij verdwijnen daarmee niet alleen voorzieningen, maar ook het kloppend hart van de wijk. Ze vinden het zonde dat dit gebeurt terwijl er bij nieuwbouw juist wordt ingezet op levendige, transparante plinten.
Het college begrijpt de zorg, maar nuanceert het beeld. Ja, het gebeurt, en ja, hoekpanden kunnen bijdragen aan een prettige en veilige straat. Maar veel van deze panden waren langdurig leeg of verwaarloosd, omdat er nauwelijks nog markt is voor winkels of horeca. Dan is een woning, hoe saai ook, soms de betere optie.
Van beleid dat in Charlois anders zou zijn dan in Carnisse is volgens het college geen sprake. In beide wijken probeert men verspreide winkels te concentreren in kernwinkelgebieden. Daarbij wordt waar mogelijk met pandeigenaren gezocht naar een passende invulling — mits er animo en financiële haalbaarheid is.
Wat betreft regels: de gemeente zit klem tussen bestemmingsplannen waarin wonen vaak al is toegestaan, en de wens om levendige functies te behouden. De welstandsnota (deel 1, deel 2, gebiedstypenkaart, welstandsniveaukaart) erkent wel het esthetische belang van hoekpanden, maar gaat niet over wat erin mag gebeuren. Aanpassing van beleid of bestemmingen zou tijdrovend en juridisch complex zijn, en is daarom voorlopig niet aan de orde.